Privacy

Privacy is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Het recht op privacy wordt ook wel omschreven als het recht om met rust te worden gelaten (The right to be left alone volgens de definitie van Warren & Brandeis, die de eerste juridisch getinte definitie van privacy gaven). Privacy is een ruim begrip: het gaat onder meer om de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van het eigen lichaam en van de eigen woning, de bescherming van familie- en gezinsleven, en het recht vertrouwelijk te communiceren via, brief, telefoon, e-mail en dergelijke. Privacy betekent dat men dingen kan doen zonder dat de buitenwereld daar inbreuk op maakt of zelfs weet van heeft.

Privacy heeft met verschillende disciplines te maken, zoals ethiek, informatiekunde en rechtsgeleerdheid.

Privacy is onderdeel van veel ethische kwesties. Er bestaat vaak een spanningsveld tussen privacy en bepaalde andere belangen, zoals strafvordering en bestrijding van ongewenst gedrag. Zo hebben bepaalde wetten die werden ingevoerd in het kader van de oorlog tegen het terrorisme (zoals de Amerikaanse Patriot Act) voor beroering gezorgd omdat het de privacy van burgers zou aantasten. Aan de andere kant claimen voorstanders dat het verlies van deze privacy vele andere grote voordelen, zoals een betere bestrijding van terrorisme, zouden opleveren. Een andere kwestie betreft personalisatie van computersystemen. Wederom is de vraag of de opslag van gegevens (verlies van privacy) opweegt tegen de voordelen van beter op de gebruiker afgestemde computerfunctionaliteit.

Ethiek bindt formeel niet, wetgeving wel. Rechtsnormen zijn echter mede gebaseerd op ethische overwegingen van de wetgever. Ethiek kan verder gaan dan wetgeving: niet alles wat onfatsoenlijk, dus onethisch is, is onrechtmatig.